Dat vriendje dat niemand zag

Over eenzaamheid die geen duidelijke oorsprong heeft  


Soms zijn er herinneringen die niet scherp zijn, maar wel een gevoel achterlaten dat je je hele leven bijblijft. Alsof je iets hebt meegemaakt waar je geen woorden voor had, maar wat zich ergens diep vanbinnen heeft vastgezet. Als ik terugdenk aan mijn jonge kindertijd, komt er zo’n herinnering naar boven. Niet volledig, niet concreet, maar wel voelbaar.

Ik had een vriendje.

Hij was er gewoon. Voor mij was dat nooit vreemd. Hij hoorde bij mijn wereld, bij hoe ik het leven ervaarde. Ik weet niet meer precies wat we samen deden of waar we speelden. De beelden zijn vaag geworden in de loop van de tijd. Wat is gebleven, is het gevoel dat hij er was. En misschien nog wel sterker: dat hij er op een dag ineens niet meer was.

Ik kan me niet herinneren dat ik daar toen bewust verdriet om had, maar ergens is er iets veranderd. Alsof er iets wegviel wat vanzelfsprekend was geweest. Alsof ik vanaf dat moment iets miste, zonder dat ik kon benoemen wat.

Het gevoel dat er iemand vóór mij was

Later, toen ik ouder werd, bleef er een ander gevoel terugkomen. Het idee dat ik een oudere broer had. Niet als een fantasie of wens, maar meer als een soort innerlijk weten. Alsof er iemand vóór mij was geweest, iemand die op een bepaalde manier bij mij hoorde. Alleen was er niemand die dat kon bevestigen.

Mijn moeder vertelde dat haar zwangerschap zonder complicaties was verlopen. Geen bloedverlies, geen bijzonderheden. De bevalling ging snel en soepel. Er was geen enkel aanknopingspunt dat zou wijzen op een tweeling of een verloren kindje. Ook toen ik tijdens mijn opleiding in systemisch werk opnieuw naar dit thema keek en haar er nog eens naar vroeg, bleef het antwoord hetzelfde. Er was niets gebeurd wat dit gevoel kon verklaren.

Toch liet het me niet helemaal los.

Tijdens mijn opleiding regressietherapie kwam het opnieuw naar boven. In een weekend waarin we werkten rondom incarnatie, zwangerschap en geboorte, werd iets aangeraakt wat ik niet direct kon plaatsen. Het was geen concreet beeld of een duidelijke herinnering, maar eerder een gevoel dat zich aandiende. Iets ouds, iets wat al langer met me meereisde. Een stille vorm van eenzaamheid die ik ergens herkende, zonder precies te weten waar die vandaan kwam.

Eenzaamheid is iets anders dan je alleen voelen

Als ik eerlijk ben, is dat gevoel van eenzaamheid lange tijd onderdeel van mijn leven geweest. Vooral in mijn puberteit was het sterk aanwezig. Een zwaarte die moeilijk uit te leggen was, omdat er aan de buitenkant niet per se iets ontbrak. Ook later, toen ik nog thuis woonde, kon dat gevoel me ineens overvallen. Alsof ik ergens niet helemaal verbonden was, zelfs niet met de mensen om me heen.

Wat ik achteraf opvallend vind, is dat dit veranderde toen ik op mezelf ging wonen. Natuurlijk was ik nog wel eens alleen, maar dat voelde anders. Het had niet meer diezelfde lading. Alsof het gevoel van eenzaamheid vooral bestond in relatie tot anderen, en niet zozeer in het alleen zijn zelf.

Toch kwam het opnieuw terug in een periode waarin ik juist samen was. In mijn vorige relatie, waarin ik uiteindelijk ook een burn-out heb ervaren, voelde ik me opnieuw eenzaam. Niet omdat er niemand was, maar omdat er iets ontbrak wat ik zelf niet goed kon benoemen. Dat maakte het misschien nog wel ingewikkelder, omdat het zo lastig te plaatsen was.

Loslaten van het ‘moeten begrijpen’

Inmiddels ben ik op een punt gekomen waarop ik niet meer per se een verklaring nodig heb. Ik weet nog steeds niet of dat vriendje van vroeger iets zegt over een ongeboren tweeling, een innerlijk deel of iets anders wat zich op die manier heeft laten zien. En eerlijk gezegd doet dat er voor mij ook minder toe.

Wat voor mij belangrijker is geworden, is het besef dat sommige gevoelens ouder zijn dan de verhalen die we er later over vertellen. Dat eenzaamheid niet altijd ontstaat door wat er in het hier en nu gebeurt, maar soms verbonden is met iets wat we niet direct kunnen herleiden. Iets wat geen duidelijke plek heeft gekregen, maar wel invloed heeft gehad.

Systemisch Werk heeft me daarin geen harde antwoorden gegeven, maar wel iets wat misschien nog waardevoller is: ruimte. Ruimte om te erkennen dat iets er voor mij is geweest, zonder dat het bewezen hoeft te worden. Ruimte om te voelen zonder het meteen te hoeven verklaren.

Wat gezien wil worden, vraagt geen bewijs

Waarschijnlijk is dat wel waar het voor veel mensen begint te schuiven. Dat je merkt dat er gevoelens zijn die je niet helemaal kunt plaatsen. Dat je leven op papier klopt, maar dat er toch iets knaagt. Een leegte, een gemis, een vorm van eenzaamheid die niet direct te herleiden is naar je huidige situatie.

Misschien hoef je het ook niet meteen te begrijpen.

Soms is het al genoeg om stil te staan bij wat je voelt, en jezelf de ruimte te geven om dat serieus te nemen. Zonder oordeel, zonder haast om het op te lossen.

Want niet alles wat je voelt, hoeft verklaard te worden om er te mogen zijn. Misschien hoef je het ook niet meteen te begrijpen.

En soms… helpt het om er niet alleen naar te kijken.

In mijn werk zie ik regelmatig hoe dit soort onverklaarbare gevoelens een plek krijgen wanneer ze zichtbaar worden in een opstelling. Niet omdat we alles ineens kunnen verklaren, maar omdat dat wat onbewust was, even gezien mag worden. En dat alleen al kan iets verzachten wat je misschien al heel lang met je meedraagt.

Mocht je tijdens het lezen iets herkend hebben, een gevoel, een gedachte, of misschien juist iets wat je nog niet helemaal kunt plaatsen, dan weet je dat je welkom bent.

Niet om iets te “fixen”, maar om te onderzoeken wat zich wil laten zien.

Lees hier meer over de opstellingenavonden

Over de schrijver
Reactie plaatsen